Waakzaamheid

Het voelt als een diep ingesleten, ongeschreven automatisme: het onbewust aanspannen van elke vezel in mijn lijf nog voordat de eerste voortekenen van een storm zich aan de horizon laten zien. Voor mij is controleverlies geen abstracte angst; het is de rauwe herinnering aan die momenten waarop de wereld besloot een koers te varen waar ik geen enkele invloed op had. Soms maak je dingen mee waar je zelf geen controle meer over hebt, momenten waarop je met lege handen staat terwijl de grond onder je voeten wegvalt. Zonder wapens, zonder schild, volledig overgeleverd aan de grillen van het lot. Die ervaringen van totale machteloosheid zijn in mijn wezen gebrand.

Hoewel het nu beter gaat en de zon vaker door de wolken breekt, dragen de muren van mijn binnenwereld nog steeds de diepe littekens van dat verleden. Het zijn de sporen van het ‘overgeleverd zijn’ die de blauwdruk vormen voor de waakzaamheid die ik vandaag de dag nog steeds voel. Het is een innerlijke barrière, gebouwd op de harde lessen van mijn eigen geschiedenis: de wetenschap dat veiligheid nooit vanzelfsprekend is als je geen middel hebt om de storm te stoppen.

Zodra ik de teugels ook maar een fractie laat vieren, slaat de kou van die oude kwetsbaarheid direct weer op mijn ziel. Het is een fysieke reactie, een waarschuwing die uit mijn diepste kern omhoog komt: wees op je hoede, weet je nog hoe het voelde toen je niets kon doen? De angst voor wat er kan komen, is onlosmakelijk verbonden met de pijn van die momenten buiten mijn macht. Het is een innerlijke onrust die aanzwelt zodra de stilte valt, een stem die fluistert dat de huidige vrede broos is. Want ik heb ervaren hoe het ‘zekere’ in een oogwenk kan omslaan in het ‘onzekere’, en dat besef laat me nooit helemaal los.

Diep in mijn bewustzijn brandt die onvermoeibare waakvlam. Het is mijn Fight or Flight-status een rauwe, instinctieve kracht die altijd aanstaat omdat hij de herinnering bewaakt aan die tijd dat controle een illusie bleek. Wanneer de angst de overhand neemt, loopt mijn hoofd vol met een razende stroom aan gedachten, een witte ruis die alles overstemt. Tegelijkertijd trekt mijn lichaam zich strak; ik verstijf tot een standbeeld. Geen gewapende soldaat, maar een mens die zich schrap zet voor een klap die hij niet ziet aankomen, gevangen in de ijzeren greep van een overlevingsmechanisme dat ooit mijn enige houvast was.

Het is een verstijving die niet zomaar wijkt als de directe dreiging voorbij is. Zelfs als ik mezelf dwing om los te laten en mijn spieren bewust probeer te ontspannen, blijft de echo van de spanning achter in mijn lijf. Het is als een snaar die te lang, te strak gespannen heeft gestaan; ook als de hand die hem vasthield verdwenen is, blijft de snaar natrillen in een voelbare, vermoeiende resonantie. Die onderhuidse spanning, die reststroom van adrenaline die maar niet weg wil vloeien, is de fysieke getuige van de strijd tegen de machteloosheid.

Op die momenten zoek ik de weg naar de uitgang. Ik zoek de afleiding om de innerlijke storm te bezweren en de druk van de ketel te halen. En dan is er de meditatie. Dat is de enige plek waar ik die aangeleerde kramp echt mag loslaten. In de stilte van de meditatie mag ik erkennen dat ik niet alles hoef te sturen, juist omdat ik weet dat ik het niet kán. Daar mag ik de littekens laten luchten zonder mezelf schrap te zetten. In die ruimte vloeit zelfs die diepe, achtergebleven naspanning langzaam uit mijn spieren weg. In die zachte, heilige ruimte vindt mijn ziel de rust en de ruimte voor nieuwe inspiratie.

De rode draad door mijn leven is deze paradox: ik heb geleerd te helen, maar de herinnering aan de machteloosheid zit in mijn cellen. Ik zoek veiligheid in controle omdat ik weet hoe genadeloos de leegte kan zijn, maar ik vind mijn ware kracht pas op de momenten dat ik durf te vertrouwen dat ik ook zonder verdediging overeind blijf. Ik houd vast uit zelfbehoud, maar ik leer pas echt ademen in de ruimte die ontstaat wanneer ik mijn handen open. Ik bewaak de grens tussen orde en chaos, wetende dat de waakvlam mag blijven branden als gids, zolang hij mijn pad verlicht en me niet langer gevangen houdt in de verstijving.

Waakvlam brandt altijd
Verstijving vloeit langzaam weg
Stilte geeft weer rust

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven