De weg naar binnen

Het is stil in huis. De computer is opgeborgen, de schermen zijn zwart. Geen Netflix, geen ruis, geen koud blauw licht dat mijn ogen moe maakt. In de kamer branden kaarsen. Hun vlammen dansen zacht op de muren. Dat warme, gouden licht… dat is waar ik moet zijn. Het is de spirituele rust waar ik zo naar snakte. Ik voel een verschuiving diep vanbinnen. Het is alsof er een zware last van mijn schouders glijdt. De wereld buiten mag even schreeuwen, maar ik luister niet meer. Ik hoef niet meer te redden. Ik hoef niet meer de gaten in de dijk van een ander dicht te houden terwijl ik zelf verdrink. Die tijd is voorbij. De klei die ik over heb, gebruik ik nu om mijn eigen fundament te bouwen. Om mijn eigen huis eindelijk stevig neer te zetten op de grond.

Mijn hart slaat een rustig ritme. Meditatie en Reiki zijn mijn ademhaling geworden. Ik voel de energie weer stromen door mijn lijf, als een warme rivier die na een lange droogte eindelijk zijn weg naar huis vindt. Mijn energie lekt niet meer weg naar de verkeerde plekken. Ik hou het bij me. Ik sta op nummer één. Niet uit egoïsme, maar uit pure zelfliefde. Want zoals die oude wijze Jung al zei: wie naar buiten kijkt, die droomt alleen maar, maar wie naar binnen durft te kijken, die wordt pas echt wakker. Ik ben gestopt met dromen voor anderen; ik ben wakker geworden voor mezelf.

In die stilte, bij dat warme kaarslicht, laat ik Martijntje weer toe. De kleine Martijn die zo lang in de schaduw heeft gestaan. Ik zie hem nu. Ik hoor hem. Hij hoeft niet meer bang te zijn, hij hoeft niet meer te presteren of zichzelf weg te cijferen om gezien te worden. Ik geef hem de veiligheid die hij vroeger miste. Ik besef nu dat ik anderen probeerde te redden omdat ik hèm niet kon redden. Maar nu ben ik hier voor hem. Samen zitten we aan mijn houten bureau. Ik kijk in de spiegel van mijn eigen ziel en ik schrik niet meer van wat ik zie. Ook de donkere kanten, mijn eigen schaduw, horen erbij. Jung leerde me dat je pas echt heel wordt als je alles van jezelf accepteert, ook de stukjes die je liever wegstopte.

Ik land weer in mijn lijf. Mijn voeten voelen de harde, vertrouwde vloer onder me. Ik wiebel soms nog wat op mijn benen, want dit pad is nieuw en soms steil en glibberig. Ik ben er nog niet helemaal, ik ben nog niet volledig ‘bij mij’, maar ik voel met elke vezel: ik ben op de goede weg. Elke stap die ik zet, is een stap weg van de ruis en een stap dichter naar mijn eigen vuur. De rust trekt als een warme deken om me heen, van mijn kruin tot aan mijn tenen. Ik ben niet langer de toeschouwer die toekijkt hoe zijn leven voorbijgaat, ik ben de bron van mijn eigen licht geworden. Ik ben onderweg naar huis. Stap voor stap, hand in hand met Martijntje. Ik ben weer onderweg naar mij.

Blauw licht dooft nu zacht
Martijntje mag er weer zijn
Kracht kiest eigen weg

1 gedachte over “De weg naar binnen”

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven